Houthalen-Helchteren






























Paviljoen Pastorie Tuin




We bekijken hoe de tuin opnieuw kan worden geïntegreerd met het omliggende landschap langs de noord-zuidas, dat momenteel in zijn doorgroei en ontwikkeling wordt bedreigd. Het doel is om zowel de erfgoedwaarde als de ecologische continuïteit van de site op lange termijn te vrijwaren en te herontwikkelen.








→ Start begin 2026
los-land

→ Start fase
Subsidie dossier




Houthalen-Helchteren






In het kader van het complexe transitieproject Noord-Zuid Limburg (NZL) worden gebouwen, tuinen en open ruimtes onteigend en gesloopt voor de duurzame transitie van de weg Hasselt-Eindhoven. Door deze toekomstige sloop dreigen verschillende bouwmaterialen en grondstoffen, maar ook waardevolle bomen en struiken te verdwijnen. Deze bomen en struiken dragen bij aan lokale ecosystemen, alsook aan de dagelijkse leefomgevingen van actoren en collectieven in het projectgebied, die veel tijd en zorg vragen om op te bouwen na abrupte sloop.

Binnen NZL zijn de handen reeds in elkaar geslagen om waardevolle materialen en planten van de sloop te redden. Dit ondermeer door samenwerkingen tussen project partners (Maat-ontwerpers, Regionaal Landschap Lage Kempen, gemeente Houthalen-Helchteren, UHasselt) in het opzetten van participatieve onderzoeken en veldexperimenten zoals ‘Living Lab De Pastorie’ (onderzoek naar circulaire co-creatie in de voormalige pastorij van Houthalen-Helchteren) en ‘Struikroven’ (actiedag voor het redden van struiken in onteigende tuinen). Met behulp van boomexperten (De Beer & De Vos) is er ook onderzoek opgezet naar de haalbaarheid van het redden van bomen via een inventaris.
Dit subsidievoorstel bouwt verder op deze grondige basis aan voorbereidend werk en onderzoek. Door de cross-sectorale expertise van alle betrokken partners te bundelen, willen we een innovatieve verplantingsmethode ontwikkelen en testen waardoor 100 bomen gered kunnen worden van de sloop en herplant kunnen worden in de projectzone. Dit willen we doen voor het einde van de sloop- en uitvoeringsfase (2030) van project NZL.

Dit idee leeft bij veel mensen, zowel binnen NZL als daarbuiten, maar mist een concreet voorbeeldproject met een uitgewerkte methodiek. Met dit voorstel willen we die uitdaging opnemen en expertise rond het verplaatsen van bomen opbouwen en structureel verankeren binnen een concrete case study.

Op basis van dat voorbereidend werk willen we in 2026 een volgende en ambitieuzere stap zetten — ditmaal niet rond architectuur en bouwmaterialen, maar rond levend landschap. Want waar doorgaans vooral harde materialen worden gerecupereerd, gaat waardevol groen bijna altijd definitief verloren. Nochtans vertegenwoordigen volwassen bomen, struiken en micro-ecosystemen een unieke en niet-reproduceerbare kwaliteit: jaren geworteld in lokale zandgronden, aangepast aan plaatselijke vochtigheid, windpatronen en gebruik. Die langdurige verankering in het lokale ecosysteem maakt hun waarde onvervangbaar. Bomen en struiken dragen bovendien bij aan de dagelijkse leefomgevingen van actoren en collectieven in het projectgebied — kwaliteiten die veel tijd en zorg vragen om op te bouwen, en die na abrupte sloop niet zomaar worden hersteld. 

Een volwassen boom belichaamt tijd — en tijd laat zich niet opnieuw maken.

Het project wordt opgevat als een grootschalige haalbaarheidsstudie en een innovatief technisch experiment. Welke verplaatsingsmethodes verhogen de overlevingskansen van grote bomen? Hoe organiseer je tijdelijke opslag en een boomdepot? Hoe stem je de timing van uitgraven af op de sloopplanning? In samenwerking met boomkwekerij Mentens en boomexperten De Beer & De Vos onderzoeken we nieuwe technieken die de schaal en precisie van een professionele kwekerij benaderen — geen symbolische reddingsactie, maar een gestructureerd en herhaalbaar systeem. Het voorstel bevindt zich daarmee op het raakvlak van circulaire boomteelt, urban harvesting, participatief ontwerp en landschapsarchitectuur.   

Zo worden verschillende sites, waaronder ook de Pastorijtuin na de verbouwwerken, opnieuw een plek van gemeenschap en zorg, waar bewoners elementen herkennen uit hun eigen buurt en waar het landschap herinneringen en identiteit meebrengt. Het terroir — geur, textuur, bodemleven — blijft behouden in plaats van onder puin te verdwijnen. - combineer deze twee teksten in 1 tekst die vlot leest en de essentie samen vat en het project goed introduceert






Tegelijk is dit project meer dan een technische oefening. Bomen, struiken en hun bodem dragen herinneringen en identiteit mee. Het terroir — geur, textuur, bodemleven — vertelt het verhaal van een plek. Door die elementen niet te vernietigen maar te verplaatsen naar nieuwe, betekenisvolle bestemmingssites, blijft ook de sociaal-culturele laag van het landschap bewaard. Bewoners herkennen elementen uit hun eigen buurt. Gemeenschappen krijgen mee vorm aan de nieuwe bestemming van de bomen. De interdisciplinaire en participatieve expertise van de projectpartners wordt ingezet om dat proces grondig en tastbaar te documenteren — als blauwdruk voor toekomstige sloopprojecten in Vlaanderen.

Want dat is de bredere ambitie van dit voorstel: NZL als proeftuin. Een centraal, gedocumenteerd voorbeeld dat toekomstige projecten informeert, verbindt en ondersteunt. Een model dat aantoont dat boomverplaatsing geen uitzondering hoeft te zijn, maar een structurele stap in elk grootschalig sloopproces — waarbij ecologische waarde, collectieve zorg en innovatieve techniek samenkomen.

Met deze aanpak introduceren we een alternatief economisch en ecologisch model en zetten we het model van de boomkwekerij — waar een boom een verhandelbaar product is —tegenover dat van de hergebruikte boom als levend systeem. De werkelijke ecologische kosten van nieuwe aanplant — energie, transport, verlies van volwassen ecosysteemdiensten — worden nauwelijks meegerekend. Door bestaande vegetatie te verplaatsen in plaats van nieuwe aanplant te voorzien, vermijden we groei- en koolstofkosten en tonen we dat groen net zo circulair kan worden ingezet als bouwmaterialen. Daarmee wordt het project een proeftuin voor een bredere omslag: van lineair naar circulair werken, van standaard oplossingen naar plaatsgebonden landschappen, van consumptie naar zorg, en van het negeren van groen naar het volwaardig integreren van levende systemen in bouw- en renovatieprocessen.