In samenwerking met LIFE
Belgacom toren Gent
Op braakliggende terreinen ontstaan spontaan struiken, planten en bomen. Wat eerst een lege plek lijkt, verandert langzaam in een klein ecosysteem. Jonge populieren, eikjes, berken, esdoorns en andere soorten groeien er zonder dat iemand ze heeft aangeplant of onderhouden. Het is groen dat zichzelf organiseert, precies omdat de stad er tijdelijk even niets mee doet.
Maar wat gebeurt ermee zodra de ontwikkeling opnieuw begint?
Vaak verdwijnen deze planten en bomen samen met de start van de werken. Ze worden gezien als tijdelijke natuur: waardevol zolang het terrein niet nodig is, maar zonder plaats in het toekomstige project. Dat is begrijpelijk vanuit de logica van een werf. Tegelijk verliezen we daarmee jaren van groei die we op een andere plek opnieuw moeten beginnen.
Op de site van de Belgacom Toren groeide tijdens de tijdelijke braakliggende fase spontaan een grote hoeveelheid groen, waaronder jonge bomen zoals grauwe abeel, populier en treur en kat-wilgjes. In samenwerking met LIFE-Antwerp, de ontwikkelaars die het gebouw recent kochten onderzoekt Los Land momenteel hoe een deel van deze bomen behouden kan blijven.
Een aantal jonge bomen werd onlangs uit de grond gehaald en in potten geplaatst. Ze staan vandaag nog steeds op de site en worden opgevolgd en gemonitord. Zo ontstaat een eenvoudige maar concrete proef: kunnen bomen die spontaan op een ontwikkelingssite zijn gegroeid, worden behouden tijdens de transitie naar een nieuwe bestemming?
Kunnen ontwikkelaars, ontwerpers en stadsdiensten al bij de start van een project nadenken over de bestaande vegetatie? Kunnen waardevolle bomen tijdelijk worden opgevangen of verplaatst worden? Kunnen sommige bomen uiteindelijk onderdeel worden van het nieuwe project, of een andere plek krijgen in de buurt?
Dat vraagt niet noodzakelijk om grote ingrepen. Soms begint het met het zichtbaar maken van wat er al groeit en het gesprek daarover aangaan voordat de sloopwerken beginnen. Een braakliggend terrein hoeft daardoor niet enkel gezien te worden als een plek die wacht op ontwikkeling. Het kan ook worden beschouwd als een tijdelijke kwekerij, een testplek of een tijdelijke groene infrastructuur. De bomen die er groeien hebben al jaren geïnvesteerd in wortels, stam, kroon en bodem. Waarom zouden we die groei volledig opnieuw beginnen wanneer de volgende fase van de stad start?
De case van de Belgacom Toren is voor ons een eerste concrete stap om die vraag samen met de ontwikkelaar te onderzoeken. Door de bomen nu te verplaatsen en op de site te monitoren, kunnen we leren wat werkt, welke bomen geschikt zijn en welke zorg en infrastructuur daarvoor nodig zijn.
Misschien moeten we tijdelijke natuur niet langer zien als iets dat verdwijnt zodra de ontwikkeling begint, maar als een onderdeel van het ontwikkelingsproces zelf.
Gent heeft een lange traditie van vernieuwen, experimenteren en omgaan met tijdelijk gebruik. Ook het groen dat tijdens die tijdelijke fases ontstaat, kan daarin een rol spelen. Niet elk stukje groen hoeft behouden te blijven. Maar misschien verdienen sommige bomen het om eerst de vraag te krijgen: wat kunnen we ermee doen voordat we ze verwijderen?